Het Asklepieion

Vader van de geneeskunde

Het Asklepieion op Kos is een van de beroemdste oude genezingsplekken uit de Griekse oudheid en heeft meerdere terrassen die door een imposante trap met elkaar verbonden zijn. De opgravingen zijn zeer indrukwekkend door de grote omvang. Rond 460 voor Christus werd hier Hippocrates geboren,  Hij wordt gezien als de vader van onze westerse geneeskunde. Hij was de eerste in de westerse wereld die een werkelijke diagnose stelde aan de hand van lichamelijke kenmerken en daarbij een bepaalde therapie voorschreef in plaats van bovennatuurlijke oorzaken.

Opgraving

Het werd in 1902 op aanwijzing van de uit Kos afkomstige historicus Lakovos Zaraftis, in 1904 opgegraven en blootgelegd door de Duitser Rudolf Herzog. Hippocrates heeft een grote invloed gehad op het Asklepion in Kos. Deze arts (Hippocrates)
is 460 jaar voor Christus geboren op het eiland Kos.

Tovernarij

Hij haalde tovenarij en godsdienst uit de geneeskunde. Hij legde sterke nadruk op hygiëne, zowel voor arts als patiënt, op gezonde eet- en drinkgewoonten, het belang van frisse lucht en een natuurlijk verloop van processen in het lichaam.

Ziekenhuis

Het Asklepieion was meer dan alleen een tempel. Het werkte als een soort ziekenhuis, kuuroord en medische school tegelijk. Zieke mensen kwamen van ver om hulp te zoeken. Ze brachten offers (vaak een haan of een os), sliepen in de tempel in de hoop dat Asklepios in hun dromen advies gaf, en kregen behandelingen met baden, kruiden, rust en gesprekken met artsen. Hippocrates’ ideeën werden hier verder ontwikkeld en doorgegeven aan studenten.

Eed van Hippocrates

 Hij ontwierp een plechtige artseneed waar hij zijn pupillen aan verplichtte en die heden ten dage bij het afstuderen wordt afgelegd. De eed van Hippocrates wordt nog steeds door iedere arts afgelegd.

SLANGEN IN HET ASKLEPION

In het Heiligdom van Asklepion werden vroeger niet-giftige slangen gehouden. Priesters lieten deze slangen vrij rondkruipen in de slaapzalenPatiënten sliepen op de grond of op lage bedden, terwijl de slangen over de slapende mensen kropen – dit werd beschouwd als een direct teken van goddelijke aanwezigheid en aanraking. Soms likten ze wonden, mogelijk helend door de enzymen in hun speeksel. Hippocrates zelf verwierp deze mirakelgenezing.

Vandaag de dag loop je over dezelfde paden als de oude patiënten en artsen. Het voelt nog steeds als een rustige, helende plek.